zondag 27 november 2011

Visserslatijn !! Deel 1

Hier komt dan een stukje over visserslatijn.
Niet dat ik het dan altijd allemaal snap, en wat ik ga plaatsen klopt dan misschien ook niet in de ogen van de beste vissers, maar ik doe een poging!
Het zal dan ook af en toe of regelmatig worden aangepast voor zover ik dat kan en ik probeer het zo duidelijk mogelijk te toen; in mijn ogen dan!
Dit over een opmerking van de redactie van De Haai die dit misschien eens wil gaan filmen.
Dit blad heeft, ondanks dat dit blad de benaming De haai heeft, weinig met vissen van doen heeft, maar misschien kan het zich hier een beetje in specialiseren.
Ik begin dan maar met bepaalde termen:
1. Een volger: dit is een snoek die de snoekvisser voor de gek wil houden, hij komt wel achter het kunstaas aan (dit is een nepvisje en kan van kunststof of hout zijn en kan zelfs een combinatie van veren en bont zijn)
Volgers kunnen je hart sneller doen gaan kloppen, ze blijven dan net voor je aasje vlak voor de kant stil liggen en lachen je dan nog uit ook.
Maar af en toe houd ik de volger wel eens voor het lapje en doe net of ik hem niet heb zien volgen en ga later nog eens terug en vang hem dan alsnog, en dan is het dat de joker voor het lapje is gehouden.
2. Een Misser: dit is een snoek die net over je kunstaas heen duikt en het aasje net niet te pakken krijgt, maar alleen iets aantikt. Hier krijg je vaak een hartverzakking van, dit gebeurt vaak op allerlei manieren. Het ergste schrik je hiervan als je het niet verwacht tijdens het uit het water halen van je aasje.
3. Een Losser: dit is een snoek die je kunstaasje grijpt en dan om de een of andere reden je aasje toch niet wil hebben. Misschien is hij niet goed gehaakt, misschien breekt de lijn, maar het kan ook door onoplettendheid zijn. Zo kun je net onder het vissen een plasje doen, een sneetje brood eten, een sigaretje roken, een mooie vrouw bekijken die voorbij fietst, of je kinderen bellen je op tijdens het vangen van een snoek, dus onoplettendheid is een ruim begrip.)
En wat je dan uitroept tijdens het lossen kan gaan van shit k.t ,kl..ten gvd, noem alles maar op wat er in je hoofd op komt en wat je graag uit wilt roepen.
4. Hangen: nu heb je de snoek gevangen en hij laat niet meer los, dan is het vis in de pan. Niet om op te eten, maar dit betekent bij mij dat ik er een gevangen heb en dat die zo snel mogelijk weer in het water wordt teruggeplaatst, na hem eerst op de foto te hebben gezet en na de lengte van de snoek te hebben opgemeten.
Daarna volgt de blijdschap dat je er weer een hebt gevangen.
5. Struinen: Dit is al lopend langs de waterkant snoek proberen te vangen.
Dit kan in woonwijken zijn, in industriegebieden, langs weteringen, in poldersloten en zelfs in zeer smalle slootjes.
6. Jagen: Dit is als de snoek honger heeft, je ziet ze dan achter groepjes jonge maar ook wat grotere vis aan zitten. Ze proberen ze te vangen en op te peuzelen (ze slikken ze dan meestal gelijk door, gulzig dus).
Ze pakken ook hun eigen soortgenoten, maar ook meerkoetjes en pijltjes (jonge eendjes). Ook zijn er verhalen dat ze lammetjes bij de waterkant pakken en zelfs honden.
Dus kieskeurig zijn ze niet, ook wadende kinderen zijn wel een aangevallen. Dus uitkijken geblazen.
7. Rakker: dit is een grote snoek; rakkertje een kleine snoek :de rakkert is een snoek die mij voor de gek dacht te houden(een soort joker ).
8.Dame dit is een grote snoek. Als je op een dag kleine snoeken vangt en dan een hele grote, dan is dat meestal het vrouwtje. Mannetjes zijn altijd kleiner.
Maar om het verschil echt te kunnen zien moet je niet bij mij zijn, dit zal ik nog eens moeten uitzoeken.
9. Laarzen: deze kunnen zijn gemaakt van leer, plastic, nep rubber, natuurlijk rubber. Ook heb je nog hoge laarzen, halfhoge laarzen en laarsschoentjes.
Laarzen kunnen gevoerd zijn met neopreen (dit is lekker in de winter), schuimrubber( ook voor in de winter), enz, enz. je hebt ook nog lieslaarzen; het woord zegt het al, laarzen tot aan je lies (kruis).
10. Waadpak: dit zijn ook laarzen (ze kunnen ook met sokken zijn), maar dan tot aan je borstkas.
Neopreen Waadpak 4mm Rubberzool maat 42-43
Deze zijn zeer handig bij het vissen vanuit een boot, kano, bellyboat, of gewoon wadend in het water.
11. Bellyboat: dit is een ronde band (grote autoband) met een mooi stofje eromheen en iets waar je in hangt met je benen, zodat je op het water kunt drijven. Tegenwoordig zijn ze luxer gemaakt en kun je er lekker in gaan zitten. Het is net een luie stoel, en zo kun je dan snoeken op plekken waar een ander niet kan komen, zelf niet met een boot.

Bellyboat (Floattube).

Dit is vast een kleine greep uit de benaming visserslatijn!
De volgende visserslatijn benamingen kunt u lezen in deel twee dat te zijner tijd geplaatst gaat worden.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen