zondag 20 mei 2012

We blikken terug in de tijd het verhaal achter de eerste keer Ierland !!

Het schiet al weer op, nog enkele maanden te gaan en dan is het weer zover!
De aasjes worden alweer uit het vet gehaald en Jos is zijn neopreen laarzen alweer aan het poetsen.
De uit het vet gehaalde aasjes moeten nog even getest worden en dit gaat gebeuren op de eerste zaterdag van juni, zodat ze 9 september 2012 weer in het Ierse water aan de slag kunnen en we niet voor de verrassing komen te staan dat ze niet werken.
Zo heeft Jos nog een nieuwe 4 play van 19 cm kunnen bemachtigen, omdat hij de mijne dit jaar niet meer mag gebruiken. "IK BEN TOCH NIET GEK'', ik ga hem toch niet weer het aasje uitlenen waar hij vorig jaar twee ruime meters mee het water uit wist te halen!
Nee ik heb er nu lekker drie tot mijn beschikking en hij maar één, dus de kansen liggen goed.
                                                             De 4 Play goed voor een meter snoek .

De rest van de voorbereidingt komen straks nog wel in een ander verhaal aan bod. Om nu al zo ver vooruit te lopen met de rest is onzin, en zenuwachtig zijn we nog lang niet, Hoewel de koffer al bijna weer gepakt boven op de slaapkamer klaar staat, de onderbroeken zitten er al in, ik heb er nog één uitgelaten voor dagelijks gebruik.
Maar ik wilde eigenlijk eens terugblikken in de tijd hoe de Ierland-snoekavoturen van Jos en mij eigenlijk begonnen, en hoe het eerste verhaal dat Jos schreef in het reis magazine "So British & Irish" mij de voorzet gaf voor het beginnen van dit Blog.
Dus hier het verhaal van Jos waar het allemaal mee begon!


                        Snoeken in Ierland

Proloog

Mijn zwager Age verheugde zich enorm op een paar dagen snoeken in Ierland met een gollega en was erg teleurgesteld toen deze achteraf toch niet mee kon. Ik weet eigenlijk niet precies waarom, maar bood in een opwelling aan om dan maar met hem mee te gaan, hoewel het wel dertig jaar geleden kan zijn dat ik voor het laatst gevist heb. En dan ook nog gelijk op snoek gaan jagen met een werphengel, terwijl ik vroeger gewoon met een bamboe hengeltje en een snee brood aan de waterkant zat en af en toe een voorntje omhoog haalde. Dus eerste les; ik moest leren om met de werphengel om te gaan. Zou het me wel lukken om het kunstaas op de gewenste plek in het water te laten belanden? Die dag viel me niet tegen en al snel had ik de werptechniek onder de knie. Tot mijn schrik had ik al snel een forse snoek aan de lijn, maar enigszins tot mijn opluchting vloog hij er af toen hij eigenlijk al op het land lag. Later volgden nog twee aanbeten, maar echt vangen deed ik die dag niet. Al met al gaf deze proefdag me genoeg zelfvertrouwen om naar Ierland te vertrekken.

                                              Op naar Ierland

We reden 's ochtends zeer vroeg naar vliegveld Weeze, vlak over de grens bij Nijmegen, en vlogen met Ryanair naar Shannon Airport in het zuidwesten van Ierland.
Aangezien het horloge een uur terug moest worden gezet, landden we ook erg vroeg op het vliegveld,waar een taxi klaarstond om ons gezelschap van zes Nederlandse vissers naar het logeeradres in Killaloe te brengen.
Ferdinand, de Nederlandse visgids, had Bed and Breakfast voor iedereen geregeld, maar aangezien alles vol zat, kregen Age en ik een volledig huis tot onze beschikking met ondermeer twee woonkamers, drie slaapkamers en drie badkamers met alle drie een toilet en douche.
Voorzien van verdere gemakken als wasmachine, wasdroger en een volledig ingerichte keuken, hadden we al gauw door dat we deze dagen in grote luxe konden doorbrengen.


Na de koffers te hebben uitgepakt, gingen we naar het ernaast gelegen Bed and Breakfast waar het Ierse ontbijt werd opgediend, bestaande uit worstjes, eieren, een plakje bloedworst en natuurlijk plakken heerlijke bacon, toast en brood . De meeste collega vissers hadden op de eerste dag een bootje gehuurd, maar wij zouden pas op de zondag met het vissen beginnen. We besloten op ons gemak het plaatsje Killaloe te verkennnen.

Eerst de omgeving verkennen: Killaloe

Al snel bereikten we een kerk waar een informatiebord ons vertelde dat op die plek het kasteel stond
van de High King Brian Boru. Hiermee was Killaloe van 1002 tot 1014 de hoofdstad van Ierland.
Van dit kasteel is helaas niets meer terug te vinden. Op het kerkhof restte nog een ruïne van een kerkje rond het jaar 1100. Door de aanleg van een stuwdam bijna honderd jaar geleden, dreigde dit historische
kerkje van de heilige St Lua voor altijd onder water te verdwijnen en er werd besloten om het af te
breken en steen voor steen weer op een veilige plek op te bouwen. Dit gebeurde op het kerkhof van de katholieke kerk en het bijna duizend jaar oude kerkje is nu gelukkig nog te bewonderen.
Aan de rivier de Shannon werd tussen 1185 en 1225 de St. Flannan's Cathedral gebouwd, maar deze werd in de 14e eeuw verwoest. Alleen de prachtig bewerkte deurpartij is nog bewaard gebleven. Bij het binnenkomen van de herbouwde Kathedraal valt meteeen op dat deze door een houten afscheidingshek in tweeën is gedeeld. Het achterse deel is vrijwel geheel leeg, maar bevatte voor mij, buiten de indrukwekkende deurpartij, wel de interessantste onderdelen.
Er stond een zeer groot Keltisch kruis uit de 12e eeuw dat in stukken terug is gevonden en zeer kundig weer in elkaar gezet is. Het meest bijzondere vond ik echter een ruw stuk steen van ongeveer een meter hoog, waarin schijnbaar willekeurig een aantal horizontale lijnen waren gebeiteld.
Het betrof hier een voorbeeld van het zeer oude Keltische 'Ogham handschrift'.
Er zijn maar weinig voorbeelden van gevonden en deze bevinden zich allemaal in Ierland, Schotland, Devon, Cornwall en het zuiden van Wales. Het tweede deel van de kathedraal was naar mijn mening minder interessant, maar het leek mij wel aardig om de omgeving eens vanaf de toren te bekijken.
Een aardige vrouw die bezig was om de bloemstukken op het altaar te verzorgen, was helaas niet bevoegd om ons naar boven te laten gaan. Daarop besloten we de rivier over te steken om in het buurtplaatsje Ballina een pub te bezoeken. Langs het water stond de oude met riet gedekte pub Goosers, waar we eerst het mooie interieur bewonderden en daarna besloten om buiten in het heerlijk schijnende zonnetje onze glazen Iers bier te nuttigen. Even later kwam een oudere heer naar ons toe en vroeg of wij die Hollanders waren die graag de toren wilden beklimmen. Hij had dit van de vrouw in de kerk gehoord en gokte het er op dat wij die buitenlanders wel eens konden zijn.
Hij bleek als oud-organist en vrijwilliger aan de kathedraal te zijn verbonden en besloot ons later die middag een privé rondleiding te geven. Al gauw stonden we bovenop de toren van het uitzicht te genieten en we kregen zelfs een concert op de kerkklokken voorgeschoteld. Dit bereikte de oud-organist door razendsnel aan zes strakgespannen touwtjes te trekken.
De bevolking zal wel hebben opgekeken van een concert op zo'n ongebruikelijk uur. Na de gids hartelijk te hebben bedankt, gingen we in de plaatselijke supermarkt en dorpswinkeltjes nog wat inkopen doen voor de komende dagen en haalden we een maaltijd bij de plaatselijke 'fish and chips' zaak. Omdat we 's ochtends al om drie uur waren opgestaan, besloten we om vroeg te gaan slapen om zodoende fit aan onze eerste visdag te kunnen beginnen .

Snoeken........ En 'Four Seasons In One Day'.

Om zes uur stonden we op, om zeven uur zaten we aan het ontbijt en om acht uur stonden we bij het dammetje waar gastheer Ferdinand ons het een een ander uitlegde over het gebruik van ondermeer de boot, de motor, de 'landkaart' van het meer en de driftzak. Eindelijk was het zover; Age startte de motor
en we voeren de rivier af naar het noorden.
Na een tijdje verbreedde de Shannon zich en ging het ongemerkt over in het zeer grote Lough Derg, een meer dat maar liefst 43 kilometer lang en 11 kilometer breed is.
Het viel nog niet mee om de juiste posities te bepalen waar zich volgens de kaart veel snoek zou bevinden, maar het varen, de rust en mooie omgeving zorgden er voor dat we ondanks het gebrek aan vangst aan het einde van de middag erg tevreden huiswaarts keerden.
Tegelijkertijd werd op dit meer ook de Eurpean Pike Challenge gehouden. De ruim 80 deelnemers vingen die dag gemiddeld nog geen twee snoeken, dus we voelden ons geen totale mislukkelingen.
De dag daarna verliep het beter. We hadden al snel allebei een snoek aan de haak en enkele malen een aanbeet, maar verder kwamen we niet. We hadden moeite met de golven die op dit meer erg hoog kunnen worden en die er voor zorgen dat menig bootje alweer snel de veilige haven opzocht, of in ieder geval de enigszins beschut liggende strook water langs de oever. Wij besloten echter om stug door te vissen, maar waren acheraf blij dat we niet zeeziek waren geworden en de verplichte zwemvesten niet hoefden uit te testen. Uiteindelijk waren we na vier dagen niet onder de indruk van onze vangsten, maar konden wel terugzien op een geweldige ervaring in een zeer mooie omgeving. Het weer werkte ook mee, want het heeft nauwelijks geregend, de zon scheen geregeld, maar soms kwamen er zulke lage wolken over de heuvels aanrollen, dat je binnen een paar minuten de oevers van het meer niet meer kon zien. Dit veranderlijke weer wordt door de Ieren aangeduid als 'Four seasons in one day'. We komen hier vast nog eens terug en dan weten we héél zeker dat de grote jongens gevangen gaan worden!

Ferdinand Heijerman en vissen.

Onze gastheer, de Nederlander Ferdinand Heijerman, verhuisde op vijfjarige leeftijd van de grote stad naar Mijderecht en in de slootjes rondom zijn huis leerde hij van zijn oom vissen. Al snel werd vooral het vissen op snoek zijn favoriete bezigheid en hij ondekte in 1988 dat dit in Ierland mogelijk
is in een prachtig landschap. Al met al heeft hij daar wel 50 wateren bevist, maar Lough Derg was al snel zijn favoriete stek.
Op een gegeven moment vroeg hij zich samen met z'n vriendin af waarom ze steeds terug gingen naar Nederland om te sparen voor de volgende trip naar Ierland. In 1995 bsloten ze om te onderzoeken of het economisch haalbaar was om zich definitief in Ierland te vestigen.

De eerste tijd kwam het hoognodige geld nog binnen via een baantje bij de supermarkt, maar sinds
1999 heeft hij zich volledig toegelegd op het organiseren van visvakanties. Hij verhuurt boten en hengels, zorgt voor onderdak en ontbijt en een lunchpakket voor tussen de middag. Hij is ook te boeken als visgids die je naar de beste plekjes brengt en die vertelt hoe je de meeste kans hebt om de Ierse snoeken aan je lijn te krijgen. Ruim 90% van zijn klanten bestaat uit Nederlanders.
Hij heeft al veel soorten vissers zien komen, variïerend van Ieren die met de bus uit Dublin kwamen en zich een week lang moesten behelpen met eten in de plaatselijke snackbar, tot een gezelschap Nederlanders dat met een privé vliegtuig kwam overvliegen om een paar snoeken te kunnen vangen.
De periodes april t/m juni en september t/m november zijn de favoriete vismaanden, maar ook in de iets rustigere winterperiode kan er goed gevangen worden.
Als ik hem vraag waarom hij Ierland verkiest boven Nederland, hoeft hij niet lang na te denken: ''De mensen laten elkaar hier meer in hun waarde en zijn minder bemoeizuchtig.
Het leven is hier relaxt en bijna iedereen is beleefd en vriendelijk. En natuurlijk geniet ik nog altijd van de ruimte, de natuur en van het vissen op de snoek."

Killaloe, door middel van een brug verbonden met Ballina, is een rustig dorp met opvallend veel eet- en drinkgelegenheden. Ook voor de dagelijkse boodschappen kun je hier goed terecht. Als je een dagje wilt doorbrengen zonder te vissen, kun je genieten van de wandeltochten die in de omgeving zijn uitgezet.

Dit was dus het verhaal dat ons steeds doet terugkeren naar Ierland en dan vooral naar Lough Derg. Hoewel we misschien ooit eens een ander deel van de Ierse meren zullen bezoeken, zijn we hier nog niet geheel uitgevist. Ik heb hier ook nog een grote appel te schillen met Jos en dat is het vangen van een meter snoek, dat mij daar nog niet gelukt.
Het verdere verloop van de aankomende vistrip laat ik nog wel lezen.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten